E noho rã Te Aotearoa (Goodbye New Zealand)

Latest Comments

Time flies when yo having fun, dat schreef ik al eerder in mijn vorige blog. Maar het is nog steeds zo. Het is alweer drie maanden geleden dat ik in Nieuw-Zeeland aankwam en daarmee is er ook alweer een einde gekomen aan mijn tijd hier in dit prachtige land! Vanavond is het weer tijd om in het vliegtuig te stappen om terug te reizen richting Nederland! Gelukkig komt Jelle, samen met Jens, me ophalen vanaf Schiphol. 

In deze blog blik ik terug op mijn laatste avonturen in NZ. Om te beginnen op Steward Island, het derde eiland van NZ. Waarna ik aan de reis richting het noorden begin, met stops in Invercargill, Dunedin, Cromwell, Mt. Cook, Lake Tekapo, Christchurch, Hanmer Springs en Picton. Daarna is het tijd om de veerboot te pakken richtig het Noorder-eiland waar ik nog Whanganui, Tongariro National Park en Hamilton bezoek. 

Rakiura – Stewart Island 

Op dinsdag 24 januari was het dan eindelijk tijd om in het vliegtuig te stappen om naar Stewart Island te vliegen. Dit is het derde grotere eiland van Nieuw Zeeland. Het eiland bestaat grotendeels natuurgebied en bossen, ook staat het bekent om zijn wild-life, zo zijn er vaak zeehonden en -leeuwen te zien maar ook veel vogels. De geruchten gaan dat mensen de Kiwi-vogels hier overdag spotten, wat vrij uniek is aangezien het nachtdieren zijn. Maar doordat Stewart Island zo weinig daglicht kent, gaan de vrouwelijke Kiwi’s ’s ochtends opzoek naar eten. 

Op het eiland heb ik veel rond gewandeld en genoten van de uitzichten en veel vogels gespot. De eerste dag heb ik een watertaxi genomen naar Ulva Island om vogels te spotten. Dit eilandje is een vogel reservaat en als je mazzel hebt kun je zelfs kiwi’s zien overdag. Helaas heb ik die hier niet gezien. Wel heb ik veel Kakariki’s, Weka’s, Kaka’s en heel veel andere soorten vogels gezien. De dagen erna heb ik veel over het eiland zelf gewandeld.

Op de laatste avond op Stewart Island heb ik the Wild Kiwi Encounter gedaan om kiwi’s te spotten. Doordat de kiwi nachtdieren zijn, start de tour in de avond. Met de veerboot werden we naar een afgelegen bos gebracht en na een nachtwandeling in het bos kwamen aan op een strandje. In het bos hielden we onze ogen en oren open om Kiwi’s te spotten, maar helaas niet gelukt. Op het strand hadden we echter meer geluk. Na een half uur over het strand te hebben gewandeld hebben we uiteindelijk een Kiwi gespot die op het strand naar eten aan het zoeken was. Na een tijdje de vogel gevolgd te hebben liepen we nog een stukje verder over het strand en hebben we zelfs nog een pinguïn gezien! 

Invercargill

Na 4 prachtige dagen op Stewart Island was het tijd om terug te vliegen naar Invervargill. De reis begon meteen al goed, toen bleek dat het vliegtuig een lekke band had. Om de band te repareren moest er eerst een monteur ingevlogen worden. Gelukkig konden wij met het vliegtuig, dat de monteur invloog, terug gebracht worden naar het vaste land. Uit eindelijk kwamen een uur later aan dan gepland. 

In Invercargill is verder niet zoveel te doen. Het is echt een klein stadje en het voelde erg industrieel aan, met heel bedrijven langs straten. Het had ook niet echt een gezellig centrum. Ik heb dan ook vooral een beetje rond gewandeld door de stad. Vooral de botanische tuinen waren wel erg leuk om doorheen te wandelen. Er waren veel mooie bloemen te zien. Naast de tuinen was een kleine kinderboerderij, met wat geitjes, konijnen en vogels. 

Dunedin

Na Invercargill was het weer tijd om op de bus te stappen naar Dunedin, tenminste dat was de bedoeling. Maar toen ik in wilde checken bij de bus bleek dat ik de bus verkeerd had geboekt en de bus zat al vol. Ik kon nog wel in Gore komen. Vanaf daar heb ik verder gelift naar Dunedin, gelukkig kon ik met iemand meerijden die rechtstreeks naar Dunedin reed en hij heeft me zelfs voor het hostel afgezet. Nadat ik in Dunedin was aangekomen ben ik naar de I-Site geweest om te kijken wat ik de komende dagen in de stad kon gaan doen. Het is een prachtige oude stad, met van oorsprong veel Schotse invloeden. Ook wordt de stad omgeven door veel natuur en het Otakuo schiereiland. Hier broeden de Albatrossen en Pinguïns maar ook is er een zeehonden kolonie. Hier ben ik dus meteen heen gegaan om de dieren te zien. Tijdens de tour kregen we ook de mogelijkheid om in de nestkastjes van de pinguïns te kijken, met daarin twee kuikentjes van net een week oud. 

De volgende dag heb ik rond gewandeld in de stad en heb ik de bekende chocolade fabriek, Cadbury, bezocht. Tijdens de rondleiding kregen we de mogelijkheid om veel chocolade soorten te proeven. Het was erg leerzaam om eens een kijkje achter de schermen van deze fabriek te mogen nemen. Dan blijkt dat er toch veel verschillen in de chocolade-cultuur van verschillende landen zit. Zo houden de Nieuw-Zeelanders meer van zoete chocola en voornamelijk gevuld met marshmallows en andere zoetigheden. Ook de melk-chocola en witte chocola is erg populair. Daarentegen zijn de Chinezen meer van de bittere chocolade soorten. Cadbury levert dan ook vooral chocolade aan Australië en Nieuw Zeeland zelf. 

’s Avonds ben ik naar de bierbrouwerij van Speight’s geweest om een tour te doen door de oude brouwerij. Ook dit was erg interessant. Tijdens de tour werd het hele brouw proces doorgelopen. Daarbij konden we de verschillende ingrediënten bekijken en ruiken. De oude brouwerij is sinds 2013 niet meer in gebruik. Tijdens de aardbeving van 2011 in Christchurch werd een andere brouwerij van de zelfde eigenaar van Speight’s verwoest. Er is toen besloten om deze brouwerij niet meer te herbouwen maar het geld te gebruiken om de brouwerij in Dunedin aardbeving-proef te maken en deze te moderniseren. Dit nieuwe deel mochten we ook bekijken en bestaat vooral veel uit roestvrijstaal. Het heeft niet meer de charme van de koperen ketels die in de oude brouwerij gebruikt werden. Het is nu een gesloten systeem dat veel efficiënter te gebruiken is. Aan het einde van de tour konden we uitgebreid de verschillende soorten bier proeven die er gebrouwen worden.  

Aoraki – Mount Cook

De volgende dag was het tijd om de bus te pakken naar Cromwell, dit was slechts een tussenstop richting Mount Cook. Het was helaas niet mogelijk om rechtstreeks vanuit Dunedin hierheen te gaan met de bus. Vanuit Cromwell kon ik de tour-bus van GreatSights nemen naar Mt. Cook, waar ik in het door de DoC beheerde Mt. Cook Villege zou verblijven, in het YHA Hostel. Doordat het dorpje midden in het nationale park ligt, midden in beschermd natuurgebied, zijn er alleen wat ho(s)tels en vakantiehuisjes en restaurants te vinden. Geen supermarkt dus. In Cromwell had ik daarom nog even snel wat boodschappen gedaan voor de komende dagen. 

Aan gekomen in het dorp ben ik naar het bezoekerscentrum geweest om informatie te vergaren over Mt. Cook en de omgeving en om te kijken welke dag wandelingen er zijn die ik kon gaan doen. Toevallig was er ook een presentatie van een medewerker van het DoC die vertelde over de geschiedenis van het gebied en over de wild-life. 

De eerste wandeling die ik gemaakt het was de ‘Hooker-Valley’ en voerde door de bodem van de oude gletsjers naar de Hooker-Valley. De wandel tocht ging over drie grote hangbruggen om de rivier over te steken. Bij de laatste brug waaide het vrij hard, waardoor het wel even spannend was om de brug over te steken, hij ging aardig heen en weer en op en neer. Uit eindelijk ben ik goed bij de vallei aangekomen en had ik een prachtig uitzicht over het gletsjer-meer. Gelukkig waren de wolken van de vorige dag aardig op getrokken en waren de bergen goed te zien. De volgende dag ben ik de andere kant op gegaan en ben ik naar de Seally Tarn Track gewandeld. Deze trap van slechts 2000 treden ging 1250 meter omhoog. Vanaf het uitkijkpunt had je een prachtig uitzicht over de valleien en de gletsjers in het gebied. Vanaf hier was de Hooker-valley ook te zien en kon je goed zien hoe klein het in verhouding was. Mt. Cook torende nog hoog boven het uitkijkpunt uit, aangezien de hoogste stop daarvan hoger dan 3km is. 

De laatste dag in Mt. Cook stond een kajak-tocht  op het programma, maar helaas liet het weer me weer eens in de steek en waaide het erg hard, ook zou het later op de dag hard gaan regen. Daardoor werd ook deze tocht geannuleerd. Nadat ik dit bericht had gekregen ben ik naar de Tasman gletsjer gegaan om het meer, waarop de kajak-tocht zou plaats vinden, toch nog even te zien. Achter af ben ik wel blij dat het niet door ging. Ik had me er een veel spectaculairdere voorstelling van gemaakt dan dat het in werkelijkheid was. Het was vooral een rechthoekig meer omringt door grijze wanden van gesteente en er dreven een paar ijsschotsen in. Ik had zelf wat meer ijs en sneeuw verwacht. Daarna ben ik nog even naar het uitzichtpunt gewandeld om over de Tasman gletsjer te bekijken. Dat was meer de moeite waard, maar de dreigende regenwolken begonnen al aardig dicht te trekken. Daarom maar snel terug gewandeld naar het hostel, het was nog zo’n negen kilometer lopen. Uit eindelijk was het nog net op tijd terug voordat de echte regen begon. ’s Middags kon ik nog mooi even m’n was doen. 

Lake Tekapo

Na een paar prachtige dagen in Mt. Cook was het weer tijd om af te dalen naar Lake Tekapo, hier ben ik tijdens mijn vorige reis ook wel geweest. Maar het is echt een prachtig meer. Gevoed door water uit de gletsjers krijgt het zijn turquoise-blauwe kleur door de “Mountain Flower” dit is fijn gesteente (stof) dat in het in het water zweeft. De gletsjers nemen veel stenen mee in het ijs en deze schuren tegen elkaar aan waardoor het stof ontstaat. Het stof komt in het water terecht en in de juiste concentratie krijgt het water zijn speciale blauwe kleur. Op de weg naar Mount Cook rijdt je langs Lake Pukaki en ook dit meer is nog helderder blauw dan Lake Tekapo. 

In Tekapo heb ik veel van de zonsondergang genoten en geprobeerd de bekende Sheppard Church te fotograferen in het licht van de zonsondergang. Gelukkig werd ik hier vergezeld door grote groepen Aziaten die allemaal in de wegliepen om een goede foto te maken. Het resultaat houden jullie nog even van me te goed, als ik weer in Nederland en zal ik een selectie van de foto’s van mijn reis door Nieuw Zeeland op mijn site plaatsen. 

De volgende dag heb ik Mount John beklommen. Tijdens deze wandeling loop je een heel stuk langs het meer en naar mate je hoger klimt hoe mooier het uitzicht op het meer wordt. Boven op de berg staat een sterrenwacht die je ’s nachts kunt bezoeken om meer over de sterrenstelsels te leren. Het hele gebied rondom Lake Tekapo is een Dark Skye Reserve, wat in houdt dat er een aantal restricties zijn rondom het gebruik van licht ’s avonds. Om ervoor te zorgen dat de donkeren nachten niet verstoort worden door al te veel licht. 

Christchurch. 

Eigenlijk wilde ik nog niet weg uit Lake Tekapo maar helaas, de bus had ik al geboekt en zoveel tijd heb ik niet meer in Nieuw Zeeland. Gelukkig had ik maar een dagje in Christchurch gepland. De stad lijkt nog steeds een grote bouwput en de schade lijkt, op het eerste gezicht, groter geworden na de aardbeving in november vorig jaar. De bekende kerk was in ieder geval verder ingestort. Verder heb ik hier nog veel rond gewandeld en verschillende musea en de Botanical Gardens bezocht. Op die manier ging de tijd wel snel voorbij. 

Ik merk nu wel echt dat ik tegen het einde van mijn reis zit en dat geeft gemengde gevoelens. Aan de ene kant is het fijn om weer naar huis te gaan en iedereen weer te zien maar de andere kant wil ik nog niet weg uit NZ. Er is nog zoveel te zien hier. Drie maanden lijkt lang maar dat is nog lang niet genoeg om alles te zien en te doen hier. Maar gelukkig kom ik nog genoeg gezellige mensen tegen om de tijd mee door te brengen. 

Hanmer Springs. 

De laatste stop op het zuider eiland is Hanmer Springs. Dit is een erg toeristisch plaatje dat vooral bekent staat om de Thermal Pools. Verder heb ik hier veel rond gewandeld, door de bergen en de bossen. Als je de vele heuvels weg denkt dan had het net een dennenbos in Nederland kunnen zijn.  

Na Hanmer Springs was het tijd om via Picton, waar ik nog een nachtje heb geslapen, de veerboot te pakken richting het noorder eiland. Tijdens de overtocht kwam ik nog een paar Nederlanders tegen waarmee ik gezellig heb zitten kletsen. Aangekomen in Wellington moest ik nog even wachten op de bus richting Whanganui. 

Noorder Eiland. 

Op het noorder eiland heb ik nog zes dagen om naar Auckland te reizen. Helaas kon niet echt meer genieten van mijn tijd hier, doordat ik een beetje ziek ben geworden. In Whanganui werd ik erg verkouden en hoofdpijn. Ik heb nog wel even een rondje gelopen langs de Wanganui rivier. 

Na Whanganui ben ik naar het National Park Village gegaan. Dit ligt tussen het Tongariro NP en de Whanganui NP in. Het ligt het dichtste bij de Tongariro Crossing, welke ik eigenlijk nog een keer wilde gaan doen. Maar ik heb toch besloten om het niet meer te doen omdat ik me nog niet helemaal fit voel. Ook is er erg veel regen voorspelt, meer dan 40mm per uur. Nou dat loopt natuurlijk ook niet echt lekker. Vanuit het hostel kun je de bergen zien liggen. Maar door het slechte weer zijn deze verhuld in de wolken. Dus eigenlijk heb ik hier alleen nog maar een beetje uitgeziekt en films gekeken. De laatste ochtend in het National Park ben ik nog wel even naar het Taranaki Look-out point gewandeld, een half uur door het native bush en uitzicht op de Taranaki bergen.

De laatste stop voordat ik weer in het vliegtuig stap is Hamilton. Hier verblijf ik de laatste twee nachten in Nieuw-Zeeland en van daaruit pak ik rechtstreeks de bus naar het vliegveld. De eerste avond in Hamilton had ik nog even met Jeffery afgesproken om even een biertje te drinken. Verder heb ik hier ook niet zoveel meer gedaan. Behalve een rondje langs de Waikato rivier. 

Hier mee is een einde gekomen aan drie geweldige maanden in Nieuw-Zeeland. Vanavond begin ik aan de 25 urige vliegreis terug naar Nederland. De komende tijd zal ik een selectie van de foto’s van mijn reis op de website gaan plaatsen.

TAGS

One response

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *